De plannen van de in januari gestarte Koornetwerk Nederland trainees krijgen vorm. Wat willen ze leren en waar willen ze aan bijdragen? Esmée Soetekouw (24) over haar achtergrond en wat ze wil betekenen voor jonge componisten.
Vertel eens iets over je muzikale achtergrond
“Als kind kwam ik al op jonge leeftijd in aanraking met muziek. Dankzij mijn ouders was het volgen van verschillende muzieklessen (piano-, gitaar-, zang-, muziektheorieles) geen overbodige luxe, maar net zo belangrijk als de reguliere schoolvakken. Op elfjarige leeftijd ontdekte ik de wondere wereld van de koorzang bij het Souvenir Jeugdkoor in Tilburg. Daar ben ik nooit meer van bijgekomen! Ik ben Muziekwetenschappen gaan studeren in Utrecht. De studentenkoren daar waren een dermate vruchtbare grond voor zóveel creativiteit en ambitie dat ik nu Koordirectie aan het Utrechts Conservatorium studeer.”
Waarom heb je je aangemeld als trainee bij Koornetwerk Nederland?
“Waar ik nu tijdens mijn studie aan het conservatorium ontzettend veel mag leren over de uitvoeringspraktijk van het dirigeren, hoop ik bij dit traineeship van Koornetwerk Nederland meer te leren over de huidige werking van het korenlandschap in Nederland.
Zelf denk ik dat er in Nederland te weinig waardering is voor muziekonderwijs voor jongeren, waardoor velen de kans missen om in hun jeugd te beginnen aan een muziekinstrument of in bredere zin een interesse te ontwikkelen voor muziek. Dit is op verschillende manieren te merken in de koorsector, die kampt met allerlei tekorten.”
Waar houd je je mee bezig in het traineeship?
“Voor dit traineeship heb ik gekozen om me te focussen op de jonge componist in relatie tot de koorsector. Om mij heen zie ik vele beginnende componisten die niet weten hoe ze hun stukken aan de man moeten brengen. Tegelijkertijd deinzen de amateurkoren vaak terug voor het uitvoeren van nieuw gecomponeerde muziek. Ik wil graag helpen met het dichten van dit gat, door een middag in Utrecht te organiseren waar beide partijen bijeenkomen. Wie aan het einde van de middag een nieuw idee voor een samenwerking kan inleveren, maakt kans om deze verwezenlijkt te zien worden.
Op deze manier hoop ik nieuwe initiatieven te stimuleren die de band tussen jonge componisten en koren versterken. Mijn wens is dat we de koorsector levend, jong en ambitieus kunnen houden, en dat we meer openstaan voor nieuwe geluiden binnen dit landschap.”





