‘Zingen wordt straks een beetje als fietsen’

In gesprek met zanger, dirigent én onderzoeker Ivo Bouwmans (Virmus.nl)

‘Wat hèb je nou aan zo’n onderzoeker?’, grapt Ivo Bouwmans als hij zelf vraagtekens zet bij een bewering die hij zojuist deed. Misschien denken de zangers en dirigenten die www.virmus.nl met argusogen volgen wel hetzelfde. Bouwmans snapt dat. Want zanger en dirigent is hij óók. De website is zijn thermometer van het internationaal wetenschappelijk onderzoek naar de mogelijke verspreiding van het coronavirus bij musici. Dat onderzoek vreet nu eenmaal tijd. In gesprek met een man die schetst waar we staan na één jaar COVID-19. Maar ook waar we heengaan. Spoiler alert: we gáán weer samen zingen!

Onderzoeken of je passie – zingen – schadelijk is voor de gezondheid. Ivo Bouwmans doet het. Naast zijn werk als natuurkundige aan de TU Delft (hij is gespecialiseerd in stromingsleer, warmte- en stofoverdracht) is hij in diezelfde plaats dirigent van het Adelbertkoor én van het VAK Vocaal Ensemble. En dan zingt hij zelf ook nog eens in drie koren en speelt hij blokfluit.

Zingen is gezond en het is een uitlaatklep voor het hele scala aan menselijke emoties. En dan moet uitgerekend jij onderzoeken of zingen een ziekte kan verspreiden…

“Ja, dat is wel gek. En balen dat zingen ineens een riskante activiteit zou zijn. Maar toen die aerosolen een jaar geleden een issue werden en Jos van der Sijde – toen nog van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, nu van KNMO – mij vroeg of ik wilde uitzoeken wat er nu echt bekend was, dacht ik alleen maar: ja, ik wil weten hoe dit zit. Dit ligt in het verlengde van mijn vakgebied. Het gemis van dirigeren en zingen kon ik zo compenseren met alle nieuwe ideeën en kennis die ik opdeed.”

Je legt je toe op internationaal literatuurwetenschappelijk onderzoek en doet op www.virmus.nl verslag van wat je vindt. Wat is de insteek?

“Dat je zoekt naar consistentie in onderzoeksresultaten, naar bevestiging van het beeld dat je vindt in dat ene artikel. Komen ze in het andere tijdschrift tot dezelfde slotsom? En vervolgens wil ik mijn bevindingen in heldere taal uitleggen. Dat is de uitdaging.”

Voel je druk vanuit de koorwereld om met resultaten te komen?

“Ja, die druk is er. Na die eerste breed uitgemeten uitbraak bij het Amsterdams Gemengd Koor rond die Johannes Passion, lag de koorwereld meteen onder het vergrootglas. Mensen kwamen aan mijn contactgegevens en begonnen me te mailen: waarom mogen we nou niet zingen, wanneer is dat onderzoek nou eens klaar? Ik weet: dit verloopt trager dan iedereen, en ikzelf ook, wil. Dus dan krijg je vanzelf dat mensen gaan zingen voor een kaarsvlammetje, een filmpje op Facebook zetten en dan roepen ‘zie je wel dat zingen veilig is’. Maar aan het begin wisten we nog niet eens wat we wilden weten. En als er dan onderzoeksresultaten zijn, duurt het nog maanden voordat het in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd wordt, omdat het eerst nog door vakgenoten gereviewd moet worden.”

Wat is de dirigent/zanger Ivo Bouwmans inmiddels te weten gekomen van de onderzoeker Ivo Bouwmans?

“Kort en goed: dat aerosolen onder bijzondere omstandigheden overdracht van het virus kunnen veroorzaken. Dat is wat we nu zeker weten. Dat klinkt als een enorme open deur, maar een jaar geleden dachten veel virologen daar nog anders over. De grote vraag is alleen: is samen zingen zo’n bijzondere omstandigheid? Veel wijst daarop maar het is nog steeds niet onomstotelijk vastgesteld.”

Wat maakt het veldonderzoek zo complex?

“Dat je niet kunt zeggen: kom, we laten iemand met corona meezingen in een koor en dan gaan we eens kijken wat er gebeurt. Je kunt dus alleen achteraf kijken naar uitbraken en moet afgaan op het geheugen van mensen. Wat was de opstelling? Stond de ventilatie aan? Is er bladmuziek uitgewisseld? Waar werd de koffie gedronken? Wie sprak met wie? Daarnaast kunnen mensen die sterfgevallen in een koor meemaakten, het moeilijk vinden om erover te praten.”

Kun je iets meer zeggen over de rol van aerosolen?

“Wie praat of zingt, produceert druppeltjes bij de uitademing. Hoe harder je dat doet, hoe meer druppeltjes. In een koor zing je vaak allemaal de hele tijd en dus is de hoeveelheid druppeltjes die uitgestoten wordt, veel groter dan bijvoorbeeld in een vergadering waar iedereen om de beurt spreekt. We onderscheiden grotere en hele kleine druppeltjes. Die grote vallen snel op de grond en als je anderhalve meter afstand bewaart kunnen die je niet bereiken. Die kleintjes zijn maar een duizendste van een millimeter en blijven in de lucht zweven. Alleen is weer niet duidelijk in hoeverre die minieme druppeltjes verdampen of verdund worden tijdens dat zweven en hoe lang het virus dan actief kan blijven.”

We hebben het vaak over uitademen maar de inademing is eigenlijk het cruciale punt…

“Klopt, want hoe sterker je inademt om genoeg lucht te verzamelen voor een zin, hoe meer druppeltjes je losmaakt in je longen die vervolgens naar buiten gaan. Tegelijkertijd haal je met die inademing ook weer druppeltjes die al rondzweven, dieper je longen in. Dus áls die druppeltjes virusdeeltjes bevatten, kun je zo besmet raken. Mits er een besmette persoon in de ruimte is. Die kans is dan weer niet groot.”

Want…?  

“Ik heb een schatting gemaakt op basis van het gegeven dat ongeveer 1 op de 200 mensen op dit moment besmettelijk is. Daarvan heeft een deel, zeg 20%, geen of nog geen symptomen, dus die lopen nog gewoon rond. Verder zijn er aanwijzingen dat 1 op de 10 mensen een superverspreider van het virus is. Voor een koor met 20 leden kun je dan schatten dat er gemiddeld in 1 op de 500 repetities een besmettelijke superverspreider aanwezig is. Dat lijkt dus wel mee te vallen want dan gaat het 499 keer goed, en kan het 1 keer fout gaan. Maar zeg dat er 15.000 koren zijn in Nederland… als die allemaal gemiddeld eens per week repeteren of optreden, dan kom je op 30 bijeenkomsten waarin een besmettelijke superverspreider in een koor staat te zingen. En in die 30 situaties kunnen dan wel ineens veel besmettingen optreden. Het is het grote aantal bijeenkomsten dat impact heeft.”

Wat vind je ervan dat koren op dit moment niet zingen?

“Hoewel dat natuurlijk niet leuk is, sta ik daar bij de huidige besmettingsniveaus wel achter. Ook al vanwege de nonchalance rond de anderhalve meter. We realiseren ons niet hoeveel dat eigenlijk is, anderhalve meter. Ik nam een keer een stok mee naar mijn koor van die grootte. Ik had hem eerst verticaal, maar toen ik hem horizontaal hield, schrokken de zangers zich rot: is dat zó veel? En verder is de factor ventilatie erg afhankelijk van de locatie. Door ventilatie worden de aerosolen verdund, maar de druppeltjes kunnen juist ook vrolijk van de ene naar de andere zanger geblazen worden. Het is ingewikkeld om hiervoor algemene richtlijnen te geven.”

Is er een weg terug?

“Ja hoor. Als straks die besmettingsgraad flink gedaald is, zullen we wel gefaseerd meer mogen doen, qua aantallen mensen in een ruimte bijvoorbeeld. Nu het mooie weer gaat aanbreken, kunnen we natuurlijk ook naar buiten gaan. Buiten heb je van aerosolen niet zo veel last. Ze zijn er wel maar door wind en beweging ontstaan er geen hoge concentraties. Je moet natuurlijk wel blijven uitkijken dat je niet in de wind gaat zingen richting iemand die in jouw richting zingt. Maar buiten zingen is hoe dan ook veiliger.”

Maar wanneer zal dat zijn?

“Als de meesten straks gevaccineerd zijn, mag je verwachten dat de besmettingsgraad flink daalt. Dan kom je op een punt: wanneer wint het plezier en het belang van zingen het van de resterende risico’s? Die afweging gaan we straks maken. Als je op de fiets stapt om naar de koorrepetitie te gaan, neem je ook risico’s. Maar die neem je voor lief omdat je er iets moois voor terugkrijgt, je gaat immers naar een fijne repetitie. De risico’s van het zingen zelf verlagen we door zoveel mogelijk hindernissen op te werpen voor dat virus, zoals snel- en zelftesten, goed ventileren en de opstelling. Dát weten we dan uit al dat onderzoek. En: we hebben het er natuurlijk graag voor over!”